Hoe bevallen de trainingen van Klaver & Van ’t Zand eigenlijk in de praktijk? En zijn er middels de cursus al duidelijke vorderingen merkbaar? Om die vragen te beantwoorden kom je al snel uit bij de cursisten zelf. De organisaties of bedrijven die deze trainingen inmiddels gevolgd hebben, kunnen namelijk het beste beoordelen of deze trainingsmethode aanslaat of niet. Hieronder wordt Bastiaan Doesburg van het Amsterdamse restaurant Fifteen aan het woord gelaten. Hij gaat in op hoe hij in contact is gekomen met Klaver & Van ’t Zand en wat de praktijkervaring is na de cursus.
Doesburg zelf is daarbij de leermeester en een keukenbrigade van 12 koks vullen hem daarbij aan. De maatschappelijk werker, Michael Appelman, die dagelijks contact heeft met de chef-kok, regelt alle zaken die niet direct te maken hebben met het koksgilde.
Het koken zit Bastiaan Doesburg al jaren in de vingers maar hoe zit dat met het lesgeven aan een 15-tal jongeren die ook nog eens probleemgedrag vertonen? Doesburg: “We begonnen zo’n 3,5 jaar geleden natuurlijk redelijk “groen” aan deze opleiding. Toch had ik een kleine voorkennis omdat ik een half jaar daarvoor al in contact was gekomen met Gerard Klaver, de trajectleider van jeugdgevangenis Doggershoek in Den Helder. Mede omdat bij de eerste groep leerlingen ook één cursist van Doggershoek zat, is die band versterkt.”
De afgelopen jaren hebben meer jongeren uit deze gesloten inrichting de opleiding gevolgd en de kok van Fifteen heeft zelf verschillende malen meegelopen in de inrichting en kookles gegeven. De kok en de trajectleider kwamen ook regelmatig bij elkaar om de koksopleiding te evalueren.
,,Gedurende deze evaluatiemomenten kregen wij steeds sterker het gevoel van: het lijkt op het eerste gezicht wel goed te gaan maar zijn er niet punten die verbeterd kunnen worden? Daarom zijn we in zee gegaan met Klaver & Van ‘t Zand en hebben we een wettenschappelijke meetlat gemaakt waarin we ons de vraag stellen: waar zijn we goed bezig en waar is het voor verbetering vatbaar? En als je wilt gaan verbeteren dan moet de te voeren methodiek uiteraard blijven passen bij het bedrijf. Als je daar in gelooft, werkt het.”
Om te zorgen dat de geleerde methodiek geborgd blijft in het restaurant, heeft Klaver & Van’t Zand een intervisie model aangereikt. Dit is een methode om de jongeren aan te spreken op hun prestaties. Elke week worden vijf van de vijftien kandidaten apart genomen waarbij de voornaamste vijf punten aanbod komen: het sociale netwerk, de vrijetijdsbesteding, de thuissituatie, hoe gaat het op school en hoe gaat het op het werk.
“Inmiddels zijn we er wel uit dat probleemgedrag meer een vorm van onvermogen is dan onwil. Mijn koks en ikzelf willen geen politieagenten spelen in de keuken. Wel proberen wij de leerlingen zo veel mogelijk aan te sturen en te motiveren. Zij voelen dan dat er meer structuur is en dat is iets wat de meesten toch nodig hebben. Zo moet je leerlingen goed duidelijk proberen te maken wat bijvoorbeeld de consequenties zijn van het continu te laat komen voor zowel werkgever als werknemer.”
De lesmethode lijkt zijn vruchten af te werpen. Want van de 15 leerlingen was er in 2007 maar één uitvaller. En als het echt mis dreigt te gaan wordt het traject even stil gelegd om het later weer op te pakken. “Echt straffen doen we nauwelijks. Want als je weet waar het probleem ligt kun je er ook beter op inspelen. Met de methodiek van Klaver & Van ’t Zand voelen de leerlingen zelf ook meer ruimte om zichzelf te ontwikkelen. Het is voor mij mooi om te zien dat ze die geboden ruimte gedurende de opleiding steeds vaker positief invullen en niet meer misbruiken.”
Doesburg vind dat naast de leerlingen ook zijn koks met de methodiek overweg moeten kunnen. “Het is belangrijk dat ikzelf en alle twaalf koks die aan de cursus hebben deelgenomen op één lijn zitten. Want hoewel ik de eindverantwoording houd, moeten we toch met elkaar besluiten hoe we het doen.”
jongeren met probleemgedrag”

